Taalbeleid en taalstimulering

Taalbeleid

Iedere Brusselse organisatie wordt geconfronteerd met meertalige kinderen en animatoren. Veel niet-Nederlandstalige kinderen en jongeren komen naar een Nederlandstalige vrijetijdswerking: ze willen in hun vrije tijd een activiteit doen en tegelijk kennismaken met het Nederlands op een ludieke en speelse manier. Dat wordt ook vanuit diverse hoeken aangemoedigd.

Hoe kijkt jouw organisatie hier tegenaan? Welke plaats geven jullie aan deze meertaligheid binnen de organisatie(visie)?

  • Ga je bewust om met meertaligheid?
  • Welke uitdagingen en beperkingen brengt dat met zich mee?
  • Hoe gaan jullie ermee om?

Taalstimulering

Taalstimulering betekent dat je kinderen motiveert om taal te gebruiken en hen daarbij op verschillende manieren ondersteunt. Zo leren kinderen onbewust de mogelijkheden van taal beter kennen. Het is vooral belangrijk om een veilig en positief klimaat te creëren waar kinderen durven proberen. Als begeleider kan je hen ondersteunen door interesse te tonen, open vragen te stellen, voldoende spreekkansen te geven en feedback te voorzien.
Als je binnen het jeugdwerk wil werken aan taalstimulering, betekent dat dan dat een activiteit specifiek over taal moeten gaan? Helemaal niet. Je wil kinderen en jongeren in de eerste plaats laten spelen, plezier maken en creatief bezig zijn. Maar om een activiteit uit te leggen, heb je nu eenmaal taal nodig. Het is daarbij belangrijk dat je aan alle kinderen, ook de taalzwakkere, evenveel kansen geeft om de activiteit te begrijpen en mee te spelen. Formuleer de boodschap op verschillende manieren en voorzie ook niet-talige ondersteuning: werk met pictogrammen, doe de activiteit voor, …
Zorg voor een aangepast taal- en spelaanbod in het Nederlands waarbij taal een middel is om kinderen een plezante tijd te bezorgen. Voorzie een gevarieerd aanbod van leuke, uitdagende activiteiten met voldoende interactiemogelijkheden. Zo gaan kinderen vanzelf, op een speelse manier, aan de slag met taal, waardoor ze het Nederlands gaan beschouwen als een speeltaal.

  • Welke talen horen jullie op het speelinitiatief?
  • Zijn jullie bewust bezig met de verschillende talen die de kinderen spreken?
  • Wat is jullie visie op meertaligheid in de vrijetijdscontext?
  • Welke plaats heeft meertaligheid en taalstimulering binnen de doelstellingen van jullie organisatie?
    • Houden jullie er rekening mee?
    • Spelen jullie erop in?
  • Welke voordelen en uitdagingen levert meertaligheid op voor jullie werking?
  • Welke moeilijkheden of beperkingen brengt meertaligheid mee voor jullie werking?
  • Hoe werken jullie rond taal binnen jullie werking? Hoe ziet een taalproject eruit?
  • Zijn er afspraken over het gebruik van taal? Welke zijn die afspraken? Hoe zorgen jullie ervoor dat het hele team die afspraken kent en er achter staat?
  • Welke plaats krijgt taal binnen jullie inschrijfsysteem?
    • bij inschrijving: hoe gaan jullie na of de kinderen het Nederlands beheersen?
    • na de inschrijving: hoe gaan jullie ermee om als blijkt dat een kind het Nederlands onvoldoende beheerst?
  • Hoe is de samenwerking met jullie partners rond meertaligheid?
    • Kennen jullie de visie van andere lokale overheden en organisaties waarmee jullie samenwerken?
    • Communiceren jullie de organisatievisie naar andere lokale overheden en organisaties waarmee jullie samenwerken?
  • Hoe communiceren jullie met meertalige ouders?

Een taalstimulerend en interactief speelklimaat werkt aan een vooruitgang op gevoelsniveau: kinderen krijgen meer zelfvertrouwen als ze Nederlands praten en taal krijgt een positieve waardering binnen de hele werking.

  • Sluit de activiteit aan bij de belevingswereld van de kinderen?
  • Is taal op een natuurlijke wijze gekoppeld aan de activiteiten?
  • Geven de activiteiten een rijk en gevarieerd taalaanbod?
  • Gebruiken jullie taal als een middel om kinderen een plezante tijd te bezorgen?
  • Creëeren jullie voldoende kansen tot interactie tussen de begeleider en kinderen en tussen kinderen onderling?
  • Is er een belangrijke rol weggelegd voor de inleiding binnen het activiteitengeheel?
  • Begrijpen alle kinderen de speluitleg en de regels?
  • Kunnen alle kinderen volop meespelen?
  • Is het activiteitenaanbod duidelijk voor meertaligen?
  • Is het huishoudelijk reglement (en dus alle afspraken) duidelijk voor meertaligen?
  • Welke ‘taalacties’ ondernemen jullie?
  • Is er een aanspreekpunt voor vragen rond taal?
  • Hoe gaan animatoren om met meertaligheid?
  • Hoe maak je de animatoren vertrouwd met de visie van de organisatie op meertaligheid?
  • Hoe worden de animatoren begeleid en ondersteund om met meertalige groepen kinderen om te gaan? Organiseer je zelf of stimuleer je de animatoren om deel te nemen aan vorming over meertaligheid?
  • Hebben jullie al gebruik gemaakt van taalstimulerend spelmateriaal, zoals bijvoorbeeld de taalkoffer? Hoe hebben jullie dit aangepakt en/of zijn jullie hiermee verder gegaan?
  • Wat als animatoren zelf meertalig zijn?
  • Is er een visie op meertalige animatoren binnen de werking?
  • Wat verwachten jullie van een animator qua taal en andere competenties?
  • Worden meertalige animatoren begeleid en ondersteund?
  • Krijgen meertalige animatoren genoeg groeikansen (in deze context) met betrekking tot hun Nederlandse taalvaardigheid?

Kinderen leren taal door in interactie te treden met de wereld, door dingen te doen die aansluiten bij hun interesses. De belangrijkste talige taak van een vrijetijdsinitiatief is via leuke Nederlandstalige activiteiten het Nederlands losweken van het ‘moeten’ en de taal voor de kinderen een positievere waarde geven.

Het is niet jullie taak om taalles te geven en ervoor te zorgen dat de kinderen op school meekunnen, maar jullie kunnen hen wel een duwtje in de rug geven door interesse op te wekken en door hen via interactie extra (motiverende) taal aan te bieden.

Het doel is dus niet dat elk kind vlotjes Nederlands praat maar je bent wel goed bezig als

  • de animatoren meespelen met kinderen en speelimpulsen geven
  • de animatoren inspelen op situaties waarin andere talen worden gebruikt en zelf het Nederlands stimuleren op een speelse, niet-verbiedende manier
  • er meer en kwaliteitsvollere interactie is tussen begeleiders en kinderen en kinderen onderling
  • de kinderen het Nederlands gebruiken als speeltaal en fouten durven maken

⇒ Waarom is het belangrijk om hieraan te werken? Lees meer in de visieteksten (zie ‘Meer info over taalbeleid’)
⇒ Hoe werk je hieraan? Lees meer in de praktische bundel ‘Taalspeler’ van VDS en de inspiratiebundel 'Taal en Meertaligheid' van Onderwijscentrum Brussel (zie ‘Meer info over taalbeleid’)

In het document taalstimulerende tips [PDF] vind je heel wat ideeën voor talige activiteiten, richtlijnen voor een interactieve houding en concrete taaltips.

In deel 2 van "Inspiratiebundel 'Taal en Meertaligheid' [PDF]" van Onderwijscentrum Brussel vind je voorbeeldactiviteiten en praktische tips, waarbij je leert om talige kansen te benutten tijdens iedere speelactiviteit.

Bij de VGC-jeugddienst kan je het volgende GRATIS ontlenen:

  • Taalstimulerende koffers (ontwikkeld door de taalondersteuners van de VGC samen met WMKJ Chambéry). De taalkoffers stimuleren kinderen om op een speelse en creatieve manier met taal bezig te zijn: tijdens leuke grote spelen, tochten in de buurt en themaspelletjes. De koffers zijn geschikt voor kinderen van 4 tot 8 à 9 jaar, maar je kan ze ook aanpassen voor andere leeftijden. Er zijn 3 koffers:
    Piratenschat: de kinderen gaan op zoek naar de piratenschat in het groepsspel "De Schat van de Praatpiraten". Ze krijgen doe-opdrachten die hen vertrouwd maken met de wereld van de piraten.
    Dierenplezier: de kinderen kruipen in de huid van verschillende dieren. Door allerlei avontuurlijke spelletjes worden ze zelf even sterk, slim, mooi, ... als de dieren.
    Sprookjesbos: kinderen maken op een toverachtige wijze kennis met de klassieke sprookjesfiguren.
     
  • Spellendoos Lego Lingua (ontwikkeld door het Integratiecentrum Foyer en uitgegeven door Jeugd & Vrede). Lego Lingua is een doos met 5 meertalige gezelschapsspelletjes, voor groepen die actief en talensensibiliserend werken.

Doelstellingen:
o Erkennen en valoriseren van meertaligheid
o Basisinzichten meegeven over taal en taaldiversiteit
o Stimuleren van openheid en interesse voor talen en culturen

  • De TAALSPELERBOX van VDS, met materialen over meertaligheid op het speelplein.

We hebben ook nog enkele interessante DVD’s:

  • ‘Alaboemsasa’ over speelse taalstimulering in de vrije tijd (De Rand vzw)
  • Het verhaal van taal, over uitdagend Nederlands in een meertalige omgeving (VBJK)
  • Taalstimulering en omgaan met meertaligheid in sportclubs

De uitleenvoorwaarden:
• je gaat respectvol om met het materiaal en brengt alles na gebruik heelhuids terug.
• je contacteert ons tijdig om afspraken te maken over de uitleentermijn.

Heb je een andere vraag rond meertaligheid in de vrije tijd? Stel ze ons via jeugddienst@vgc.be, en wij bekijken of we je kunnen verder helpen en/of doorverwijzen naar een partner met de juiste expertise, om een vorming te volgen, of voor een meer intensieve begeleiding.

De jeugddienst organiseert zelf geen vormingen over taalstimulering in de vrije tijd. Stel zeker je vraag via jeugddienst@vgc.be en we proberen jullie, indien mogelijk, door te verwijzen naar een organisatie met de juiste expertise.